Hoofdstuk 03 - Frans Erens (1857-1935)
Maria Joseph Franciscus Peter Hubertus (Frans) Erens werd op 23 juli 1857 geboren. Zijn geboortehuis was boerderij De Kamp, Schaesberg, in 1971 afgebroken. Overgebleven zijn nog een prieel en de tuinmuur. Op deze muur is de volgende tekst aangebracht: Zwarte scharen van kwakende kraaien, fladderende vaandels der naderende nacht...
Het zijn twee regels uit de tekst ‘Zondagavondstemming’ van Erens.
Het Oude Poorthuys te Meezenbroek is ooit eigendom van hem geweest.
In 1927 kocht Frans Erens de Sint-Maartenshof te Houthem-Sint Gerlach. Hij zou er blijven wonen tot zijn dood in 1935.
Frans Erens was één van de grondleggers van de literaire beweging der Tachtigers.
Kort na de oprichting van 'De Nieuwe Gids', dat het tijdschrift zou worden van deze beweging, werd hij medewerker en later mederedacteur. Vanaf 1891 publiceerde het tijdschrift regelmatig 'gedichten in proza' van hem en daarmee introduceerde hij dit genre, waarmee hij in Parijs in aanraking was gekomen, in de Nederlandse literatuur. In 1893 bundelde hij deze gedichten in 'Dansen en Rhytmen'. Zijn memoires zijn gebundeld in 'Vervlogen Jaren'. Het boek verscheen in 1938, drie jaar na zijn dood. Zeer uitvoerig beschrijft hij onder andere zijn jeugd in Schaesberg.
Eén van de gedichten uit de bundel 'Dansen en Rhytmen' is 'Provincie', een gedicht dat gaat over Schaesberg en Heerlen. Voor Harry Prick aanleiding om op te merken dat 'Heerlen in de avondzon' een betere titel zou zijn geweest.
Het gedicht werd voor het eerst gepubliceerd in 'De Nieuwe Gids', oktober 1892. Het gedicht begint aldus:
'Heerlen ligt in de avondzon, in de kom van het dal, in grijs gesprei van huizen, waar tusschen door de boombouquetten donker groen met gouden zonnetoppen.'
De Pancratiuskerk te Heerlen komt ook ter sprake:
'De kerkbouw drukt massaal den grond en zwaar staat hij midden van het dorp. De uren vallen één voor één uit de blauwe lucht van den hoogen toren, en brandend in het gouden licht staat als een vuur de torenhaan.'
Dan komen de groentekarren terug van de markt in Heerlen:
'Op den mullen weg uit de stad komen één voor één de groentekarren, leeg gekocht.'
Om tot slot te eindigen met de beschrijving uit het begin van het gedicht maar iets later in de tijd:
'Heerlen rust in 't avondlicht.'
terug «
|