Jan Michiel Dautzenberg (1808 - 1869)

   
   
   

Jan Michiel Dautzenberg werd op 6 december 1808 geboren Aan de Schram (is nu Willemstraat) en overleden 4 februari 1869 te Elsene bij Brussel. Hij was achtereenvolgens secretaris van de graaf van Berderbusch op kasteel Terworm te Heerlen, schrijver op het kantoor van de ontvanger te Heerlen, onderwijzer te Maastricht, Bergen en Doornik, leraar Frans te Gent, gouverneur van de kinderen van graaf Dumonceau te Vilvoorde en tenslotte inspecteur van de kolenmijnen en hoogovens in België.

In Heerlen en in Brussel is een straat naar hem vernoemd.

In 1908 werd een plaquette voor hem onthuld in het oude gemeentehuis. Tijdens de afbraak in de dertiger jaren raakte deze steen zoek. In 1958 werd een aktie gevoerd voor deze plaquette en met succes, de steen werd gevonden en in 1975 geplaatst in de toenmalige bibliotheek aan de Passage. Sinds de afbraak van dit pand staat de steen in het depot van Rijckheyt.

Op 30 maart 2013 kreeg de plaquette zijn huidige bestemming in de Dautzenbergstraat, de straat die vernoemd is naar de dichter en met uitzicht op de Willemstraat waar zijn geboortehuis moet hebben gestaan.

Ter gelegenheid van deze gebeurtenis verscheen het boek 'Heimwee naar Heerlen - leven, werk en geboortedorp van J.M. Dautzenberg (1808-1869).
Mark van Dijk schreef de biografie en Hennie Jetzes koos de gedichten die Dautzenberg geschreven heeft over zijn geboorteplaats Heerlen.

 

Wethouder van Heerlen Barry Braeken onthult de plaquette van J.M. Dautzenberg in bijzijn van intiatiefnemer Hennie Jetzes van de stichting Vrienden van de Literatuur, Cis Herberghs en Nic Tummers.    
       
   
Huidige plaats plaquette   Dautzenbergstraat  

 

 

   
  J. M. Dautzenberg
   
 
   

Dautzenberg schreef diverse gedichtenbundels o.a. Gedichten (1850), Verspreide en nagelaten gedichten (1869) en een bloemlezing (1908).

In de bekende Gerrit Komrij-bloemlezing zijn zeven gedichten van hem opgenomen.

Diverse gedichten zijn op muziek gezet door verschillende componisten.
Charles Hennen, waarna het Charles Hennen Concours is vernoemd, heeft het gedicht 'De Berghwerker' op muziek gezet. In dit gedicht gaat het overigens niet over een Limburgse maar Belgische mijnwerker. Dautzenberg werkte, toen hij dit gedicht schreef, in Belgiƫ.

De berghwerker

Diep in der aerde gheheimen schoot,
Hamert ende beitelt de cnape,
Opdatti silver ochte loot
Den meestere samenschrape.

Dat lampkijn werpet door die mijn
Een naer ende doodsch ghefloncker,
Terwijl een heldere morgenschijn
Opclaret sijns herten doncker.

Hi peinset aan smeesters bloeijende kint,
Hi dencket dier schoone maghet,
Die hi so tederlicken bemint
Die hem so wale behaghet.

Ende waer die clocke ter kercken luudt,
Dicht bider groene linde,
Daer biddet in anxten die jonghe bruut
Veur heuren troubeminde.

Dies duncket hem der aerde schoot
Verwandelt in bloemighe dreven,
Dies sietti met gout ende roosenroot
Omgheven sijn jeughdich leven.

Daer schieten op eens uten diepen gront
Der wateren woeste golven -
Die hebben dat blide herte terstont
Met al sire hope bedolven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug «

 



 

Noordermaasberichten

Van tijd tot tijd stuurt Manuel Kneepkens (Heerlen, 1942) ons een bericht vanuit zijn woonplaats Rotterdam

lees alle berichten hier »